fbpx

Hoe Gods rechtvaardigheid én liefde zichtbaar werden aan het kruis

Kan God Rechter en Vader zijn?

Is God

  1. A) een straffende Rechter die mensen voor eeuwig veroordeelt?
  2. B) een liefdevolle Vader die mensen eeuwig leven geeft?
  3. C) allebei?

Wie is opgegroeid met de Bijbel, weet dat het juiste antwoord C is. God is heilig en rechtvaardig. Hij kan geen enkele zonde ongestraft laten, want dan zou Hij Zijn eigen heiligheid niet serieus nemen.

Sterker nog: God kán niet eens tegen zijn eigen natuur ingaan. Zijn hele wezen (al wat Hij is) is heilig. Als ik iets steel van jou en God zou mij niet bestraffen, zou Hij niet rechtvaardig zijn.

En toch weten we ook dat God liefde is. Er is geen kwaad in Hem. Hij wil mensen vergeven.

Dit dilemma komt nadrukkelijk naar voren in het Oude Testament. Ik noem dat het raadsel van God. God zegt namelijk dit over zichzelf tegen Mozes:

‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’ (Exodus 34:6-7)

God passeert Mozes en vertelt hem wie Hij is.

De vraag is: hoe kan een liefdevolle, rechtvaardige God zonde ongestraft laten? Het antwoord: dat kan hij niet. Hoe kan dan iemand worden gered? Het antwoord: bij God is alles mogelijk.

In het Oude Testament stuurt God de profeet Nathan naar koning David om hem te confronteren met zijn zondige gedrag.  Hij is vreemdgegaan met de vrouw van een ander, heeft daarover gelogen en vervolgens haar man laten ombrengen. Hij zegt: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heer!’ Waarop Nathan antwoordt: ‘De Heer vergeeft u die zonde.’

Vervolgens legt Nathan uit dat de zonde wel degelijk gevolgen heeft. Het zoontje dat uit Davids ontrouw wordt geboren, zou zeker sterven. Ook zou er twist, strijd en schande in Davids familie zijn. Zonden hebben zeker consequenties in dit leven.

Eigenlijk verdiende David te sterven volgens Gods eigen wet. Maar God vergeeft David. Hoe kan dat? Welke rechter zou tegen een leugenachtige, overspelige moordenaar zeggen: ‘Ik vergeef u uw overtreding.’? We zouden die persoon direct ontslaan.

Kan God niet gewoon vergeven?

Waarom was het kruis nodig? Waarom hebben we Jezus nodig voor vergeving? Kan God niet gewoon vergeven? Dat wordt ons vaak voorgehouden. Het antwoord is: nee, dat kan dus niet, want God is een rechtvaardig God. Voor iedere zonde moet worden worden betaald. Anders zou er een stukje kwaad onbestraft blijven. En zoals we al eerder zagen: wij mensen hebben niet genoeg in kas om ook maar de kleinste zonde tegen God te kunnen betalen. Alleen volledige volmaaktheid volstaat. Er is een zondeloos offer nodig.

Hoe kan God overtredingen tegen hem vergeven? Alleen Hijzelf is volmaakt genoeg om de prijs te betalen. Hij moest wel zelf komen om de door de mens veroorzaakte breuk te herstellen.

Bijna tweeduizend jaar voordat Christus werd geboren, liep een oude man de bergen in waar nu de Jeruzalem ligt. Hij had van God de belofte gekregen dat hij een zoon zou krijgen en uit die zoon zou een groot nageslacht voortkomen. Ruim 25 jaar had deze Abraham erop moeten wachten maar eindelijk was de zoon gekomen. Hij had Isaak een sterke jongeman zien worden. Hij was geen klein kind meer, zoals vele bijbelvertalingen suggereren. De grondtekst gebruikt een woord dat als ‘jonge knaap’ vertaald kan worden. Dat betekent dat Isaak de twintig zeker al was gepasseerd.

God was opnieuw naar Abraham toegekomen. Hij moest de bergen ingaan en zijn trouw aan God bewijzen door zijn zoon te offeren. Zijn zoon! Hoe kon God dat van hem vragen? Er bestaat geen misverstand over de belofte. God had gezegd dat Abraham gezegend zou worden door Isaak.

Eigenlijk is het verhaal van Abraham en Isaak vreemd in onze ogen. Het roept bij mij – en bij anderen –  zelfs weerstand op. Maar ik ga mee in de uitleg van predikant Tim Keller. In zijn boek Namaakgoden kijkt hij vanuit joods-historisch perspectief naar deze gebeurtenis. In de tijd van het Oude Testament waren mensen minder individualistisch ingesteld dan nu. Het ging niet om persoonlijk succes of welzijn, maar om de familie of clan. De oudste zoon van een gezin, als stamvader, nam de belangrijkste rol in. Hij kreeg het merendeel van de bezittingen zodat de familie zijn status niet zou verliezen. Alle hoop van een man rustte op de schouders van zijn oudste zoon.

Deze eerstgeborene behoort de Heer toe, zegt de bijbel herhaaldelijk, maar kon worden vrijgekocht door regelmatige offers (Exodus 22:29, 34:20), dienstdoen in de tabernakel (Numeri: 3:40,41) of betalen van losgeld (Numeri 3: 46,47). De tiende en ultieme plaag die God losliet op de Egyptenaren was het doden van alle eerstgeborenen. Zo strafte hij de families voor hun zonden. Waarom de oudste zoon? Hij was de familie!

Dit waren wetten en gebeurtenissen die ná Abraham werden ingesteld of plaatsvonden. Maar Abraham was bekend met de principes. Als God had gevraagd om Sarah te doden, zou Abraham dat niet hebben gedaan. Dat rijmde niet met zijn beeld van een rechtvaardige God. Gods opdracht was ook niet om Isaak in zijn tent te vermoorden. Nee. Hij moest een brandoffer brengen.

Nu de Schepper vroeg om het leven van Isaak, vroeg hij om betaling van de zonden van Abraham en zijn familie.

De strijd moet diep in Abrahams gedachten hebben gezeten. Hij wist dat God in zijn recht stond om het leven van Isaak te eisen en hij wist dat de belofte waar was: Abrahams nageslacht zou via de lijn van Isaak ontstaan en tot een groot volk uitgroeien.

Er was maar één conclusie mogelijk. God moest in staat zijn om Isaak uit de dood te laten herrijzen.

Terwijl ze de berg opliepen, zei Isaak: ‘Vader, wat zullen wij offeren? We hebben niets bij ons.’

Wat ging er door Abraham heen? De bijbel vertelt het ons niet. Maar het antwoord was profetisch. ‘De Heer zal voorzien.’

Het tweetal bouwde samen een altaar. De vader ging de zoon offeren, een zoon die aan hem gelijk stond. Isaak ging zelf liggen. De hoogbejaarde Abraham zou niet sterk genoeg zijn geweest om Isaak te dwingen. Vader en zoon kozen ervoor de wil van God uit te voeren.

Abraham hief het mes, maar net voor hij het liet neerdalen, riep een engel van de Heer: ‘Abraham!’ Abraham keek op. Daar, in het struikgewas, zat een ram verstrikt. De Heer had inderdaad voorzien.

Tweeduizend jaar later sleepte een man een kruis diezelfde bergen van Moria in. Na te zijn bespot en gegeseld, had hij geen kracht meer over. Maar hij moest door. Hij moest op het altaar gaan liggen dat hij samen met zijn vader had gemaakt. Abraham had een offer nodig. Geen dierlijke ram, maar een goddelijk lam, een zondebok voor de wereld. En niet alleen Abraham, maar wij allemaal.

Jezus ging zelf op het altaar liggen. Alleen de vader en de zoon wisten hoe groot het offer was dat hier werd gebracht. Gods rechtvaardigheid en Gods liefde werden zichtbaar aan het kruis.

Lees ook:

De laatste 24 uur van Jezus
Hoe Gods rechtvaardigheid én liefde zichtbaar werden aan het kruis
Jezus stierf in de eerste plaats voor de eer van Zijn Vader
Tijdens Zijn lijden, zag Jezus de mens

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.